Navigatie overslaan

Er is een zekere orde, regels die bepalen dat
men vertrekt vooraleer het sein op groen springt
en dat een schoothond alleen gekooid
een niet-rokerszone mag betreden.
  
Als het moet wordt dit soort willekeur
met de hand op de wapenstok afgedwongen,
ook na zonsondergang, wanneer de gelovigen
  
na het zingen der sirenen, honger en dorst
mogen inruilen voor een uitgebreid festijn
en wij, arme christenhonden in de nacht,
geloof als een ziekte met ons meedragen.


Marrakesh
  

Advertenties

Om de haverklap een bedenking: heeft men
m’n zorgelijke blik wel juist ingeschat?
En als de opluchting zich achteraf
als een ogenblik laat lezen,
  
geef ik dan de juiste fooi
of negeer ik de schaarste die men
doorgaans voor een nageslacht bewaart?
  
Ze zullen me nooit tegenspreken, ze lachen
al wat gehavend is bloot en wensen me:
goede reis, wetende dat als ik vertrokken ben,
er geen wereldreiziger is heengegaan.
  

Marrakesh – Essaouira

Iedereen is hier de schuilnaam
waarachter iedereen zich verschuilt.
Al dan niet in paren, hoor je het
pluimvee naarstig koerend broeden
 
in gegalvaniseerd gazen kooien die,
met hun perfecte, identieke afmetingen,
door nijvere hoeders werden bedacht.
 
Soms maakt een verdwaald duivenjong
zich er als walg- of loopvogel nuttig
als een laag-bij-de-grondse schietschijf
die traag oplost in een wolk van veren.

 
 
Laat ons even navelstaren,
mijmeren over zachte rondingen. Niet
over strakke curven die zich krullen
volgens de regels der goniometrie,
 
maar over weerloze glooiingen
die, als het even kon, niet aan
zichzelf herinnerd willen worden.
 
Gewenning is een flauw excuus om hen
niet met overgave te kneden, om hen
er niet van te overtuigen dat zij uit-
eindelijk de oorsprong van de wereld zijn.
 
 

Na zoveel hitte wordt
een offer ongeloofwaardig,
een breuk meelijwekkend,
van passie rest de as.
 
Laag na laag bedekt de navel
wat na al die jaren staren
onder ’n korst bedolven was.
 
Zoals bij ’t schillen van een vrucht
de kern klinkt als ’n vertrouwd geluid,
zonder fatsoen maar onvermijdelijk,
zo rommelt het in m’n buik.
 
 
Een spoor nalaten,
een afdruk op de huid
en dan het vel omdraaien
in fragmenten, het geloof
 
dat vlakken, lijnen
ook wel naden, vooral
tekens kunnen worden.
 
Wat gehuld is, wordt ontbloot
met de nieuwsgierigheid naar
wat zich onderhuids, niet geheel
onverwacht, laat vormen.
 
 
Zoveel offers, zoveel zoenen
die, in de juiste verhouding
en onwillekeurig in zichzelf
gekeerd, de schijn bewaren.
 
Is alles ijdelheid? Naar ’t schijnt
is elk teveel aan goedgelovigheid
dodelijk. Uiteindelijk
 
wordt alles giftig, alles
wat zich tussen de regels
voortplant, maar niets anders
baart buiten zichzelf.
 
 
 
Meubelen heb je in alle maten en gezindten,
in alle vormen van troosteloosheid.
Neem het bijzettafeltje:
is grrag in voornaam gezelschap,
 
Haar ijdelheid is al gestreeld wanneer
ze uit behaagzieke overwegingen
het feest met het salon mag delen.
 
Als het bezoek vertrokken is,
laat ze zich heel gedwee
opstapelen of wegbergen
tot de volgende invité.
 
 

Slaap, slaper, slaapst
en laat dit het laatste zijn
wat we in huis hebben.
Slaap, slaap nu zacht
 
en laat dit het eerlijkste
zijn wat we in jaren
kunnen verdragen
 
zonder de hardhorigheid die
oude geliefden mekaar vergeven,
zonder de ander te verliezen
in zwijgen met open mond.
 
 

In elk bezit een ander,
op elke kust de kapers
die sprakeloos naderen,
weten wat zwijgen is.
  
Geen onvertogen woord,
geen kritiek noch vergelijk
waarmee ze bakzeil halen.
  
In elk bezit de ander,
op elke kust een kaper
die roerloos neemt
wat stuurloos is.