‘t Maakt de goden dorstig:
een zoetgeparfumeerde hals,
een fooi voor jongens
met striemen op de rug.
  
Tot zijn hebben wordt en
huid, vol van heimwee,
zich moeizaam keert in rouw.
  
‘t Zijn oude meesters
met een rimpelloos geheugen,
die het licht achterna hollen en
ontwaken naast een jonge vrouw.
  
  

Plaats een reactie

*
*