- 7 november, 2007 – 7:10 pm
- Geplaatst in poëzie
- Getagged nest
Zo helder zien we ‘t zelden: eerder
toevallig, bij het buigen van het hoofd
wanneer we ontstemmig staren naar
wat voor onze voeten verloren loopt.
Dat, wat eigenlijk de gewoonste zaak
ter wereld is, wordt vanuit de hoogte,
als op een onduidelijke wegenkaart,
een toevluchtsoord van kleur en vorm;
een nest zonder jong, verplaatsbaar
tot in alle hoeken van de kamer. Of hoe
een broeder meer dan zorgen baart.