Zo kwam de nacht over ons:
als versgebakken brood, als iets
dat we niet konden breken,
want te warm van woede.
   
Als een koppel stervende dieren,
elk op onze hoede, strooiden we
hongerige woorden in het rond.
 
Zo verscholen we onszelf
met een boos vertrouwen
in elkander, elk met schuim
en as om de mond.
 
 

Plaats een reactie

*
*